Fedra december 2009 | dit artikel in pdf - print dit artikel - terug naar overzicht


Wedde wordt niet kleiner
Voor heel wat Belgen in de private sector begint het jaar niet zo best: hun loon daalt. De boosdoener is een zeer zeldzaam fenomeen: de index daalt en dus ook de weddes. We moeten al teruggaan tot 1960 om een indexdaling mee te maken. Maar nu is het zover…
In de bank
Je zal maar in de financiële sector werken: niet alleen krijg je nog altijd boze mensen aan je loket die de bankencrisis niet verteerd hebben, bovendien krimpt je wedde. Niet veel: een achttal euro minder per maand. Maar toch...
Bij veel werknemers in de financiële sector volgt de wedde van zeer nabij de index. Als de index stijgt, krijgen ze zowat onmiddellijk meer in het loonzakje. Maar als de index daalt, krimpt ook zowat onmiddellijk hun maandloon.
In veel andere private sectoren verlopen die schommelingen veel trager. Daar voert men de indexatie één keer per jaar door, bijvoorbeeld in januari. Precies die werknemers staat na nieuwjaar een onprettige verrassing te wachten. Heel wat bedienden in privébedrijven verdienen nu een half procent minder dan in 2009.
Bij ambtenaren
De federale ambtenaren hoeven zich geen zorgen te maken. Ambtenaren werken met een ander systeem, de ‘spilindex’ en die spilindex beschermt momenteel de ambtenarenwedden. Hun wedde verandert pas als de ‘spilindex’ wordt overschreden. De wedde wordt niet aangepast bij elke kleine beweging van de index. Denis Ruytings, adviseur-generaal bij P&O: “Om te beginnen moet het over een verschil van minstens 2% gaan. Bovendien moet die drempel gehaald worden als een gemiddelde van de vier voorbije maanden. En de verhoging wordt dan pas twee maand later toegepast.”
Dit systeem heeft als belangrijkste voordeel voor de overheid dat plotse bokkensprongen van de index zich niet vertalen in evenveel bokkensprongen van de lonen. Dat voorkomt veel administratief werk.
Bovendien heeft het systeem van de spilindex een zeker vertragend effect. Federale ambtenaren moeten soms een beetje geduld hebben vooraleer ze van een indexsprong genieten. Maar dat nadeel blijkt nu ook… een voordeel. De lichte daling van de index heeft geen gevolgen voor hun wedde. De daling van de index is immers kleiner dan 2%, laat staan dat het gemiddelde van de vier voorbije maanden op 2% zou uitkomen.
De korf
De index wordt berekend op basis van de ‘korf van de consumptieprijzenindex’. Als de totale prijs voor de ‘korf’ stijgt, stijgt de index.
Die korf bestaat uit een ‘representatief staal’ van ruim 500 producten en diensten en wordt op 1 januari 2010 aangepast. In 2004 hebben de toenmalige regering-Verhofstadt en de sociale partners afgesproken de indexkorf elke twee jaar te vernieuwen. De samenstelling wordt aangepast aan de tijdgeest en de maatschappelijke veranderingen. Nieuwkomers voor 2010 zijn: de rusthuizen, het fitnessabonnement, de spaarlampen, de draadloze routers en de externe harde schijf. Vallen af: de gloeilamp, de inkjetprinter en het softwarepakket.
Ter vergelijking, bij de vorige aanpassing in januari 2008, waren de mp3-speler, de gps en de koffiepads de belangrijkste nieuwigheden en verdween onder meer het kleurenfotofilmpje uit de lijst.
Meestal spelen technologische nieuwigheden de hoofdrol bij de wijziging van de indexkorf. Maar deze keer is er een opvallende niet-technologische nieuwkomer: de rusthuizen. Niet toevallig, want de vergrijzing van de bevolking zal de komende jaren een zware stempel drukken op het uitgavenpatroon van de gemiddelde Belg.




